Congresverslag Gordoncongres 06-10-2017

“Pubers, de sleutel tot contact”

  • Introductie Saskia Henderson

Wie weet nog hoe het was om puber te zijn? We waren het allemaal… Misschien herinner je je nog hoe je je kon schamen om een blunder, hoe belangrijk je uiterlijk was, hoe stom je je ouders vond… Allerlei gevoelens die de pubers van nu ook hebben.  Als ouder, leerkracht en bso-medewerker zien we divers pubergedrag vooral van de buitenkant: brutaal zijn, snelle stemmingswisselingen, lui op de bank hangen, agressief gedrag misschien. Het kan helpen dit gedrag te begrijpen als we kijken naar wat er in lichamelijk opzicht met pubers gebeurt. De puberteit start onder invloed van hormonen, waardoor veranderingen in het brein ontstaan. Er ontstaat zeg maar een tijdelijke renovatie in de hersenen. Daardoor kunnen veel pubers tijdelijk minder goed plannen, denken ze  meer zwart-wit (met pittige meningen en discussies tot gevolg),  kunnen ze minder goed vooruit denken enzovoorts.

Kennis over de hersenontwikkeling kan helpen om begrip te hebben voor hun gedrag, om beter te snappen waar het vandaan komt en het in het juiste perspectief te zien. Maar… het is geen vrijbrief om alle gedrag maar toe te laten of pubers als peuters te behandelen. Juist in deze periode is goed begeleiden van belang. Bovendien is bovenstaand rijtje niet in dezelfde mate op iedere puber van toepassing.

De vaardigheden van de Gordonmethode kunnen bij uitstek helpen de communicatie met pubers te verbeteren. Wie daar alles over weet is Steve Emmons. Hij is Mastertrainer uit de VS met  44 jaar ervaring in 25 landen.

  • Interactieve lezing van Steve Emmons

Na een kort overzicht van de geschiedenis van Gordontraining International , zoomen we in op de waarden en de vaardigheden van de Gordonmethode.  Het is belangrijk dat je achterhaalt wat de behoeften zijn van jou en van de puber zodat er gekeken kan worden naar een oplossing die voor beide werkt. (win-win methode) En dat er geen verliezer uit een conflict komt. Jij bent als ouder of pedagogisch medewerker net zo belangrijk als de puber. Een relatie is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en eerlijkheid.

  • Gezamenlijke oefening: worries en dreams

 We vullen ieder voor zich in: waar denken we dat onze puber (of de puber met wie we werken) zich zorgen over maakt  (vijf zorgen, de belangrijkste voorop) en welke vijf dromen (wensen voor de toekomst) de puber heeft. Daarna vullen we ook voor onszelf in welke vijf zorgen en welke vijf dromen/wensen wij denken dat onze tieners hebben en welke zorgen wij ons maken.

Vervolgens bespreken we dit kort met degene naast ons.

We krijgen een lege lijst mee om de puber ook te vragen hetzelfde in te vullen, waarna we dit met elkaar bespreken. Hoeveel weten we eigenlijk van elkaar? Hoe komt dat? Het kan een mooi gesprek opleveren met je kind of het kind met wie je werkt, om meer te weten te komen over elkaars belevingswereld.

Om kinderen goed te kunnen begeleiden, is goed contact een voorwaarde. Door zelf open te zijn over wat je bezighoudt, nodig je je kind ook uit meer open te zijn. Dan wordt een gesprek over andere zaken ook gemakkelijker.

Steve nodigt ons uit om deze oefening ook vooral thuis en op je werk met jouw pubers te doen.

Van wie is het probleem?

De Gordonmethode werkt met het gedragsraam. Dit is een model hoe je naar het gedrag van anderen kijkt. Het gedragsraam kent drie vakken: Er is gedrag dat je niet acceptabel vindt, (ik heb een probleem)  en er zijn twee vakken voor gedrag dat je acceptabel vindt (‘geen probleem’ of ‘de ander heeft een probleem’).

Een voorbeeld: je puber gooit alle vieze en schone kleren op een hoop in zijn kamer. Dit hoort bij  het gebied ‘ik heb een probleem’. want ik ben degene die zich aan het gedrag ergert. (Of je ergert je niet en zet het bij ‘geen probleem’). Ander voorbeeld: je puber zegt in paniek: ‘ik heb me verslapen!’. Dit is gedrag waarbij je puber een probleem heeft. Wij zijn soms geneigd dit door elkaar te halen. Dan nemen we het probleem over: we worden boos op de ander en lossen het voor hem of haar op zonder hem te vragen hoe hij of zij denkt dat het opgelost kan worden. Maar als we steeds alle problemen voor onze pubers oplossen, maken we ze steeds afhankelijker van jou en verminderen we hun gevoel van eigenwaarde. We kunnen de puber ook helpen zijn probleem op te lossen door samen te zoeken naar een oplossing. Zonder te zeggen ‘zie je nou wel’…

Bij gedrag hebben we het over feitelijk gedrag en niet over onze interpretaties/ labels/ oordelen. Dat onderscheid is belangrijk als we een puber willen vertellen over het gedrag dat we zien en waar wij een probleem mee hebben.

  • Luisteren naar Pubers

Stel je vertelt aan iemand een probleem. Welke reacties van anderen zijn blokkerend? Genoemd wordt: als iemand over zijn eigen problemen begint, of het bagatelliseert, of zegt dat je overdrijft. Steve legt uit dat ditzelfde gebeurt als een puber iets zegt dat hem bezighoudt. Ook hij heeft last van onze ‘communicatieblokkade’, zoals advies geven, oplossingen geven, vragen stellen en ook prijzen. 

 ‘Emotioneel flooding’ , het overstromen van emoties, is wat er gebeurt als je echt met een probleem zit. Je ervaart veel stress, en op dat moment heb je weinig plek over om na te denken. Juist op dat moment zijn we geneigd met onze tips en vragen te komen. (‘waarom ga je niet eerder naar bed?’) Beter helpt het om iemand die echt met een probleem zit, de gelegenheid te geven om te spuien. Dus: stil zijn, bij de puber zitten en luisteren. Ook ‘actief luisteren’ kan helpend zijn.

  • Actief luisteren

Actief luisteren is een heel krachtige manier om aan een puber begrip te tonen en hem te helpen zijn gedachten op een rij te zetten. Je zegt bijvoorbeeld: ‘zo te horen zit je er erg mee’. ‘je baalt er erg van dat dit is gebeurt’. Je zegt het met een accepterende houding en toon.

Zelfs via whattsapp kun je dit gebruiken. Het vergt wel enige oefening om het echt goed te kunnen gebruiken.  

  • De ouder/ opvoeder ervaart een probleem

Hoe kun je nu ermee omgaan als je als opvoeder een probleem ervaart?

Hier is het van belang dat je een duidelijke ik-boodschap geeft zonder de oplossing erbij.

Je gebruikt hierbij drie onderdelen: je vertelt welk gedrag het precies is waar je last van hebt (zonder oordelen te geven), je vertelt welk effect het gedrag op jou heeft (wat doet het met jou) en je vertelt je gevoel erbij.

Doordat je je boodschap helder geeft, maar ook ‘in contact’ blijft, is de kans dat je puber je boodschap goed accepteert het grootst. 

  • We hebben beiden een probleem

Als er conflicten ontstaan in relaties, dan kun je die op verschillende manieren oplossen.

Met macht – als ouder/professional win je en de puber verliest (dat wil zeggen: jij dringt de ander joúw oplossing op)

Toegeven – de puber wint en jij als ouder/professional verliest (de puber krijgt zijn zin)

Win-win of geen verlies – hierbij ga je samen op zoek een oplossing die recht doet aan jullie beider behoeften. Om dit goed te kunnen doen is het van belang dat je de onderliggende behoefte van jouwzelf en van je puber ontdekt.

De win-winmethode is iets anders dan onderhandelen en een compromis zoeken. Bij onderhandelen, geef je beiden een beetje toe. Zo verlies je dus allebei een beetje.

Bij de win-winmethode kun je tot onverwachte oplossingen komen. Een voorbeeld: een ouder ergerde zich eraan dat zijn kind zijn vuile was in zijn kamer liet rondslingeren. Zijn kind vond dat een vervelend karwei, maar zag wel in dat het ook moest gebeuren. Als oplossing hebben zij een basket-korf gekocht, waardoor het in de wasmand gooien van de was een vrolijk karwei werd. Een andere ouder kwam met zijn kind tot de oplossing dat zij een ander klusje op zich nam, namelijk koken. 

Workshop Steve Emmons

In de workshop is gestart met een gevoelskaartenmarkt. Ieder krijgt enkele kaarten met gevoelens, en ruilt deze met anderen, net zolang tot je kaarten hebt met gevoelens die passen bij hoe je je nu voelt.

Besproken is hoe belangrijk is het is om als ouder/opvoeder open te zijn over je gevoelens. Zo wordt je puber ook meer open en ontstaan minder snel conflicten.

Ook is een opdracht gedaan waarbij men in 2-tallen een ‘conflict’ probeerde op te lossen. Van het 2-tal kreeg de ene de opdracht de ander naar de overkant te krijgen binnen 90 seconden. De ander kreeg dezelfde opdracht, maar dan naar de andere kant van de ruimte. Het gevolg was een hoop getrek en geduw en onderhandelingen. Daarna is besproken dat je je wensen en behoeften kunt uitspreken en kunt luisteren naar de ander. In dit voorbeeld: ‘Ik wil heel graag naar deze kant van de ruimte. Wat wil jij?’  ‘Oke, jij wilt graag naar die kant. Zullen we dan samen eerst naar die kant rennen en dan naar die?’ Zo lukt het wel. Dit werkt ook ‘in het echt’: als je goed luistert naar de wensen en behoeften van de ander, en die van jezelf uitspreekt zonder eisen te stellen, is de kans groter dat je eruit komt.

Daarna zijn de verschillende andere facetten van de methode onder de loep genomen, zoals een korte demonstratie van actief luisteren, ik-taal en de communicatieblokkades, omgaan met verzet, de overlegmethode, de rol van waarden en de rol van behoeften.

 Workshop Lieke/ Fieneke

  • Geoefend met Van wie is het probleem ahv casuïstiek van cursisten. Al snel blijkt dat er verschillen zijn in waar deelnemers een probleem plaatsen. Dat is ook precies hoe het gaat in de praktijk. Soms ervaar je iets als jouw probleem en soms niet. Je hebt altijd de keuze om te ervaren waar je een probleem plaatst.
  • Actief luisteren – demonstratie – Een kind komt thuis en mocht niet meedoen met voetballen. In de eerste situatie ging de ouder adviseren, tips geven, oordelen en zag je de puber steeds verder in zijn schulp kruipen en niet meer willen praten.

Daarna werd er gedemonstreerd wat er gebeurt als er actief werd geluisterd naar de puber. Zij voelde zich gehoord en vertelde daardoor meer over haar probleem en vond ook zelf de oplossing

  • Confronteren. Puber heeft heel veel spullen om zich heen liggen en als volwassene willen jullie dat de Puber dit gaat opruimen.

Deelnemers mochten eerst allemaal communicatie-stops roepen. Ik tel tot 3 en nu ga je opruimen! Etc. Puber deed dat natuurlijk niet.

Vervolgens mochten deelnemers oefenen met een 3-delige ik-boodschap. Toen ook het gevolg benoemd werd ging de puber opruimen. “ Ik heb echt een hekel aan al die spullen hier op de grond. Zo komen Opa & oma en dan wil ik het graag netjes hebben.”

  • Omgaan met verzet: Ervaren wat er gebeurt als je gevraagd wordt om op te ruimen en je hebt daar geen zin in. Iedereen ging in verzet. Wat kan je dan doen om met dat verzet om te gaan. Deelnemers beeldden zich in dat ze net met koffie en krant op de bank zaten en dat partner aan hen vroeg om nog even de troep van gisteravond op te ruimen.
  • Oefenen in groepjes met actief luisteren en confronteren
  • Interview met Fieneke. Hoe kun je bij een ruzie ( vmbo brugklas) bemiddelen, zonder macht te gebruiken of te straffen.

Gezamenlijk afgesloten met een lunch.